of LinkedIn
Whitepapers Binnenlands Bestuur

Concept rapportage sociaal domein

geld---toezicht---shutterstock-103933031

Samenvatting

Het proces tot nog toe

In de vorige begeleidingscommissies en stuurgroepen hebben we de voorlopige uitkomsten van de regressieanalyses besproken. Daarnaast is nog een schriftelijke ronde geweest met de stuurgroep over de wenselijkheid van participatiegerelateerde maatstaven en hoge zorgkosten in het model jeugd. Hieruit is geconcludeerd dat een model op basis van participatiegerelateerde maatstaven niet wenselijk is en dat ook hoge zorgkosten onvoldoende uitlegbaar zijn voor jeugd om in het model op te nemen. Op basis van de bespreking daarvan zijn varianten gedefinieerd, die voor de volgende besprekingen zijn uitgewerkt. Aan de hand van deze varianten is verdere richting gegeven voor de ontwikkeling van de modellen.

Inmiddels is de dataset definitief. Op twee punten zijn hier nog wijzigingen in doorgevoerd. Allereerst zijn de uitkomsten van het terugleggen van de financiële gegevens bij de steekproefgemeenten verwerkt. Naar aanleiding van de reacties daarop zijn sommige gegevens nog gewijzigd. Daarnaast is gebleken dat aanpassingen in de overheadtoerekening naar aanleiding van verdiepende vragen bij gemeenten nog niet doorgevoerd waren. Na ontvangst van de benodigde gegevens van Cebeon is de correcte overheadstoerekening voor alle gemeenten geïmplementeerd.


Doel van dit document

Onze ambitie was om, naar aanleiding van de richtinggevende keuzes in de eerdere stuurgroepen, de definitieve modellen direct in de rapportage te verwerken. Omdat er naar aanleiding van de veranderingen in de gegevens nog kleine wijzigingen in de modellen zijn ontstaan, hebben wij in overleg met de opdrachtgever besloten de modellen nog niet op te nemen in de rapportages, maar in dit aparte beslisdocument.

Qua inhoud gaat het om wijzigingen die zijn ontstaan in de laatste stappen bij het opbouwen van de modellen, dus bij de laatste maatstaven die werden toegevoegd. Als gevolg daarvan ontstaat uiteraard wel een ander eindmodel dan de voorlopige versies van hiervoor.

Inhoudsopgave

Het document is op dezelfde manier opgebouwd als eerdere versies. We geven de modellen per cluster weer en bouwen de voorkeursvariant op vanuit de keuzes die de stuurgroep in de vorige besprekingen heeft meegegeven. De stappen die we daarbij maken en de afwegingen die daartoe leidden zijn per cluster beschreven in de hoofdtekst. Varianten van de tussenstappen zijn opgenomen in de bijlagen.

Voor vragen over de algemene werkwijze verwijzen we naar “Bijlage 7 Regressie en handmatige bijstellingen” die voor de bijeenkomst van november gedeeld is.

Enkele aspecten zijn aangepast ten opzichte van de vorige versie van dit document.

- Op onderdelen is meer achtergrond en toelichting toegevoegd. Onder andere zijn de beoordelingen in het beoordelingskader meer gekwantificeerd.

- De weergave van uitschieters is aangepast naar aanleiding van de bespreking in de vorige begeleidingscommissies en stuurgroep. In de vorige stuurgroep is besloten om uitschieters weer te geven door te laten zien binnen welk aansluitverschil 95% van de gemeenten valt. We geven daarbij ook aan hoe dit bedrag zich verhoudt tot de omvang van het cluster.

- Op verzoek van de begeleidingscommissies en stuurgroep is bij de doorsnedes per grootteklasse ook het minimale en maximale aansluitverschil per grootteklasse opgenomen.

- De validatie van 2018 is toegevoegd. Daarbij is op clusterniveau alleen de verdeling vergeleken, los van een macro-groei van de uitgaven. Een algemeen aandachtspunt hierbij is dat veel gemeenten met name op het gebied van sociale basisvoorzieningen andere keuze hebben gemaakt, waardoor uitgaven tussen 2017 en 2018 sterk fluctueren, met een afnemende verklaringsgraad tot gevolg.

- Op verzoek van de begeleidingscommissies en stuurgroep is ook een doorsnede naar het al of niet zijn van een centrumgemeente maatschappelijke opvang en beschermd wonen opgenomen.

- Waar we in de vorige versie concludeerden met een beoordelingskader waarin de varianten vergeleken worden, hebben we dit onderdeel nu iets uitgebreider bij de afzonderlijke varianten opgenomen. In de conclusie van een afzonderlijk cluster hebben we alleen de belangrijkste aandachtspunten opgenomen.

- Bij het criterium ‘stabiliteit’ is het aantal gemeenten weergegeven dat over de jaren heen meer dan 5% fluctueert. Om dit aantal te bepalen wordt het model dat uit de regressie komt eerst gebruikt om een voorspelling van de kosten voor iedere gemeente (dus niet slechts de steekproefgemeenten) te doen aan de hand van de maatstavendata uit 2017. Hierna wordt hetzelfde model gebruikt om de kosten te voorspellen aan de hand van de maatstavendata uit 2016. Als de variatie tussen deze twee voorspellingen groter is dan 5% wordt de gemeente meegeteld voor dit criterium. Hierbij dient opgemerkt te worden dat er dus niet wordt gekeken naar een vergelijking met de daadwerkelijk gemaakte kosten. Dit maakt het mogelijk om de vergelijking te maken voor alle gemeenten, niet slechts voor de steekproefgemeenten.

- Cebeon heeft nieuwe definities voor de fysieke centrumfunctie geconstrueerd; wij hebben de gegevens per gemeente inmiddels ontvangen. Er zijn drie klantenpotentiëlen gedefinieerd: landelijk, regionaal en lokaal. We hebben onderzocht of de huidige klantenpotentiëlen door de nieuwe definities vervangen kunnen worden en beschrijven de resultaten.

- Aan het eind van het stuk is een vergelijking met de huidige verdeling opgenomen, zodat beoordeeld kan worden of de nieuwe verdeling een verbetering is ten opzichte van de oude.

Inloggen of registreren